De Koninklijke Academie voor Oudheidkunde van België (KAOB), of Académie royale d’Archéologie de Belgique (ARAB) heeft tot doel de ontwikkeling te bevorderen van het archeologisch en kunsthistorisch onderzoek in België evenals de wetenschappelijke disciplines die ermee verband houden. Zij is een nationale instelling.

De Academie werd opgericht in 1842 en kreeg in 1934 het statuut van VZW (Vereniging Zonder Winstoogmerk) Ze wordt geleid door een Raad van Beheer en een Dagelijks Bestuur. Zij staat onder de hoge bescherming van Zijne Majesteit de Koning en komt sinds 2009 samen in het Paleis der Academiën te Brussel.  

De Academie maakt deel uit van het Internationaal netwerk van Academies van Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde; tevens is ze lid van de Union Académique international (UAI) en werd, in 2012, door het Internationaal Comité voor Kunstgeschiedenis (CIHA) officieel erkend als "Belgisch Comité voor Kunstgeschiedenis" (BCK - CBHA).

De Academie verenigt specialisten uit de verschillende gemeenschappen, instellingen en onderzoeksdomeinen die in België betrokken zijn bij haar disciplines.

De vereniging telt zestig titelvoerende leden en veertig correspondenten. Elke kandidatuur dient voorgedragen te worden door twee titelvoerende leden die optreden als peter. De titelvoerende leden en correspondenten kunnen na verloop van tijd erelid worden. Sinds 1967 worden ook buitenlandse geassocieerden leden aanvaard die door hun onderwijs of door hun werkzaamheden tot de ontwikkeling van de oudheidkunde of de kunstgeschiedenis in België bijdragen.

De werkzaamheden van de Academie bestaan in hoofdzaak uit regelmatige vergaderingen of zittingen, organisatie van colloquia, gemeenschappelijke onderzoeksprojecten en publicaties.

De Academie heeft van 1843 tot 1930 de Annales de l’Académie royale d’Archéologie de Belgique uitgegeven en van 1868 tot 1930 het Bulletin de l’Académie royale d’Archéologie de Belgique. Vanaf 1931 verschijnt het Belgisch Tijdschrift voor Oudheidkunde en Kunstgeschiedenis - Revue belge d’Archéologie et d’Histoire de l’Art.

Dit tijdschrift kent een internationale verspreiding en werd in 2011 erkend als een publicatie van rang A door de “European reference Index for the Humanities“ (ERIH).

In 2013 richtte de Academie de driejaarlijkse “Prijs van de Academie voor Oudheidkunde en Kunstgeschiedenis” op, die een onuitgegeven studie op vlak van oudheidkunde of kunstgeschiedenis met betrekking tot het Belgisch grondgebied bekroont. Het reglement kan worden geraadpleegd op deze website.

Ook al beschouwt ze zichzelf eerder als een soort denktank dan als een drukkingsgroep, toch kan de Academie posities innemen over vraagstukken met betrekking tot haar werkterreinen. Deze betrokkenheid wil ze gestalte geven door de organisatie van studiedagen die zowel de praktijkevolutie behandelen als de ethische vragen die eigen zijn aan haar disciplines.