De Academie heeft als Belgisch Comité voor Kunstgeschiedenis haar steun verleend aan enkele belangrijke internationale colloquia waarvan het thema essentieel leek voor de toekomstige ontwikkelingen in het wetenschappelijk kunsthistorisch onderzoek.

  We willen vooral de aandacht vestigen op het internationale colloquium Frans I en de kunstenaars van het Noorden (1515-1547) dat plaatsvond onder leiding de dames L. Fagnart en I. Lecocq, beiden lid van de Academie. Het colloquium samen georganiseerd door de Koninklijke Academie voor Oudheidkunde van België, het Comité voor Kunstgeschiedenis van België, het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium en de Universiteit van Luik (Transitions) spitste zich onder grote internationale belangstelling toe op de bijzondere banden tussen de grand roy Françoys en de kunsten uit het 'Noorden'. De handelingen verschenen in 2017 met de steun van de Academie.

Bij de tentoonstelling Borman en zonen: de beste beeldsnijders van Brabant in het Museum M te Leuven (20.09.2019-26.01.2020) waren de Academie en verschillende van haar leden eveneens betrokken. Het project werd voorgesteld aan het Museum M door de heer M. Leftz, die in samenwerking met de dames B. D'Hainaut, C. Dumortier, E. Mercier en de heren J. Klinckaert en M. Kavaler, allen lid van het Wetenschappelijk Comité, de catalogus van de werken die aan deze dynastie van beeldsnijders toegeschreven waren, volledig heeft herzien. Daarbij kwamen ook nieuwe inzichten aan bod met betrekking tot de productie van beeldhouwwerk in de Lage Landen (Brussel, Leuven en Antwerpen) op het einde van de middeleeuwen.

In het internationaal colloquium, georganiseerd met de steun van de Academie en van het Belgisch Comité voor Kunstgeschiedenis, brachten verschillende academici de resultaten van hun onderzoek, uitgevoerd naar aanleiding van deze tentoonstelling. De handelingen van dit colloquium zullen gepubliceerd worden met de steun van de Koninklijke Academie voor Oudheidkunde en Kunstgeschiedenis - Académie royale d’Archéologie de Belgique.

Op dit ogenblik worden andere activiteiten gepland zoals het opstarten van een collectief onderzoeksproject rond de publicatie van een ‘Historiografie van de kunstgeschiedenis in België’.

Daarnaast wenst de Academie zich te bezinnen over ethische problemen en sommige praktijkproblemen in haar werkterrein.

Tot slot wenst de Academie haar banden met verschillende Belgische instellingen, die betrokken zijn bij kunsthistorisch onderzoek, nauwer aan te halen. Haar lidmaatschap, sinds 2019, van de Union Académique Internationale (UAI) zal het mogelijk maken om haar internationale samenwerking uit te breiden.